Karate vindt zijn oorsprong in Japen. Daarom hebben alle karate bewegingen een japanse benaming.

Deze japanse begrippen en benamingen worden tijdens de lessen stapsgewijs aangeleerd.

Een paar woordjes japans als u op de 'LEES MEER' knop drukt.


 

 

Tellen tot 10:

1 = ichi 6 = rok 20 = niju
2 = ni 7 = shichi 30 = sanju
3 = san 8 = hachi 40 = yonju
4 = shi / yon 9 = ku 50 = goju
5 = go 10 = ju 100 = hyaku

 

Anatomie:

ago = kin kintama = teelbal mizo-ochi = solar plexus
ashi = voet, been kobushi = vuist rokkotsu = rib
atama = hoofd kote = voorarm shinzo = hart
ganmen = aangezicht kubi = nek sune = scheenbeen
hano = neus kuchi = mond te = hand
hiji = elleboog me = oog ude = arm
hiza = knie mimi = haar yubi = vinger

 

Richtingen:

age = stijgen mae shomen = voorkant
chudan = midden mawashi = cirkelvormige draai soto = buitenom
gedan = laag migi = rechts tobi = sprong
gyaku = tegenovergesteld morote = dubbel uchi = binnenom
hidari = links naname = diagonaal uchiro = achterwaarts
jodan = hoog oroshi = neergaand yoko = zijwaarts
juji = gekruisd sayu = links en rechts  

 

Algemene terminologie:

chikara irete = met kracht ma-ai = interval teo fuite = hand geven
hajime = start mawatte = omdraaien yame = stop
ido kihon = bewegende basistechnieken mugorei = zonder tel yasume = relax
jis-sen kumite = volcontact vechten naore = terug in beginstand yoi = klaar
kamaete = positie innemen otogai = naar iedereen yuk-kuri = traag
kihon = basistechnieken rei = groet  
kumite = vechten seiza = kniezit  

ossu (osu) = ik begrijp het, groet, respect en spirit